Minister wil resultaatsgericht indiceren mogelijk maken

april 18, 2019

Minister de Jonge heeft op 12 april 2019 de kamer een brief gestuurd, waarin staat dat hij de wet wil veranderen om resultaatsgericht indiceren mogelijk te maken. Om tegemoet te komen aan de recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (zie nieuwsbericht) wil de minister de rechtszekerheid van cliënten waarborgen. Het is nog niet duidelijk hoe de minister dit wettelijk wil gaan regelen.

 

Resultaatsgericht indiceren

Met ‘resultaatsgericht indiceren’ bepaalt de gemeente/zorgaanbieder welke activiteiten er hoe vaak gedaan moet worden om van een schoon en leefbare woning te kunnen spreken. In het besluit van de gemeente komt niet te staan hoeveel uur per week er schoongemaakt gaat worden.

 

Uitspraken Centrale Raad van Beroep

De hoogste bestuursrechter heeft hier onlangs een streep door gehaald. In de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep staat dat een cliënt met een beperking, die niet zelf zijn of haar huis kan schoonmaken, door de gemeente gecompenseerd moet worden. De gemeente mag over het bereiken van het doel, een schoon en leefbaar huis, regels opstellen. Volgens de hoogste bestuursrechter mogen deze regels niet willekeurig zijn. Het moet voor de burger duidelijk zijn welke concrete activiteiten verricht moeten worden, hoe vaak deze activiteiten gedaan moet worden en hoeveel tijd daarvoor nodig is. Als de burger niet weet op hoeveel uur huishoudelijke hulp hij aanspraak maakt, is dat in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

 

Minister de Jonge wil de wet aanpassen om het voor gemeenten toch mogelijk te maken om resultaatsgericht te indiceren en daarbij de rechtszekerheid van cliënten waarborgen. De minister staat volgens Belangenbehartiger.nl voor een onmogelijke opgave.

 

Waarom indiceren in uren en minuten?

Het CIZ heeft destijds een protocol opgesteld, waarin zij  hebben vastgelegd welke activiteiten, hoe vaak en voor hoeveel minuten er nodig zijn om van een kwalitatief schoon en leefbaar huis te spreken. Volgens de Centrale Raad van Beroep is dat protocol gebaseerd op objectief en deskundig onderzoek. Op het moment dat je de tijdseenheid los laat, is het nog maar de vraag of je het eindresultaat, een schoon en leefbaar huis, wel kan bereiken. Immers, je kan een wc in 30 seconden, 5 minuten of een half uur schoonmaken. Bij 30 seconden zal je – zeker na een paar maanden – niet meer kunnen spreken van een kwalitatief schone of leefbare wc.

 

Kwaliteit

De Centrale Raad van Beroep gaat er vanuit dat – mits de normtijden op basis van objectieve criteria zijn gebaseerd – een tijdseenheid (naast activiteit en frequentie) noodzakelijk is om te kunnen vaststellen of de indicatie zorgt voor een kwalitatief goede maatwerkvoorziening. Als je de tijdseenheid weghaalt, zal je als gemeente een ander (meet) instrument moeten hebben om vast te kunnen stellen of een huis kwalitatief schoon en leefbaar is.

 

Dit brengt ons bij een ander probleem. Naast het CIZ-protocol en (deels) het KPMG-rapport, die beide uitgaan van normtijden, is er geen enkele andere (objectief!) kwaliteitsinstrument die zonder tijdseenheid kan vaststellen of een huis schoon en leefbaar is. Feitelijk zou dat alleen maar kunnen door bij alle cliënten, eens in de paar weken, de bevuilingsgraad (bacterieel) te onderzoek. Ook voor dit onderzoek zal je als (lokale) overheid regels moeten opstellen, die gebaseerd zijn op objectieve criteria en deugdelijk onderzoek.

 

Persoonsgebonden budget

Zelfs als het de minister lukt om resultaatsgericht indiceren wettelijk mogelijk te maken, ontkom je als gemeente er niet aan om óók in uren en minuten te indiceren. Cliënten hebben immers de mogelijkheid om de zorg in natura of met een pgb te verzilveren. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld op basis van een tijdseenheid x een uurtarief. Hiervoor zal de gemeente een maatstaf moeten hanteren, waardoor het voor cliënten die de zorg in natura afnemen mogelijk wordt om na te gaan of het aantal uur dat zij krijgen wel overeenkomt met deze maatstaf. Zo niet, dan is dit een reden om bezwaar/beroep aan te tekenen.

 

Gemeente is nu verplicht om in uren en minuten te indiceren

 

Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de minister het resultaatsgericht indiceren wettelijk mogelijk wil maken. Daarbij komt dat het ook nog verre van zeker is dat een wetsvoorstel door beide kamers zal worden aangenomen. Uiteraard kan de minister ook op een andere manier proberen om resultaatsgericht indiceren mogelijk te maken, bijvoorbeeld met een Algemene Maatregel van Bestuur, maar die mogen niet in strijd zijn met hogere wetgeving. Het is allerminst zeker dat de hoogste rechter met een dergelijke oplossing akkoord zal gaan.

 

Hoe het ook zij, gemeenten zijn op dit moment verplicht om een indicatie in uren en minuten af te geven. Doet de gemeente dat niet, dan is er voldoende grond om een bezwaar/beroepsprocedure op te starten. Belangenbehartiger.nl kan u hierbij behulpzaam zijn.

 

Kamerbrief Minister de Jonge over resultaatsgericht indiceren in de Wmo 2015